Publicatie
19-07-2012

Buitengerechtelijke kosten

Per 1 juli 2012 is de regeling omtrent het vorderen van buitengerechtelijke kosten (artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek) gewijzigd. Een voordeel van deze nieuwe buitengerechtelijke kosten-regeling is dat op een eenvoudige wijze kan worden berekend hoeveel buitengerechtelijke kosten de schuldeiser van zijn schuldenaar bovenop de hoofdsom kan vorderen. De wetgever is van oordeel dat deze berekening een reële vergoeding van de buitengerechtelijke kosten oplevert, zodat matiging door de rechter niet mogelijk is. Voor het vorderen van de buitengerechtelijke kosten maakt het niet uit of de schuldeiser zelf de vordering probeert te incasseren of dat een incassobureau of een advocaat de vordering incasseert. Het begrip buitengerechtelijke kosten moet ruim worden uitgelegd zodat ook administratiekosten, intakekosten of registratiekosten onder de regeling vallen en niet apart voor vergoeding in aanmerking komen.

De regeling voor de buitengerechtelijke kosten is enkel van toepassing op vorderingen die voortvloeien uit overeenkomsten tot betaling van een geldsom. De buitengerechtelijke kostenregeling is niet van toepassing op bijvoorbeeld een vordering uit hoofde van schadevergoeding.

Wanneer de schuldenaar een consument is, is de buitengerechtelijke kostenregeling van dwingend recht. Het is daardoor niet toegestaan ten nadele van de consument van de nieuwe regeling af te wijken. Ten aanzien van een schuldenaar in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf is de nieuwe buitengerechtelijke kostenregeling van aanvullend recht en is deze regeling alleen van toepassing indien partijen geen andere afspraken hebben gemaakt.

Nadat de consument in verzuim is met het betalen van een geldvordering (omdat de termijn waarbinnen de factuur betaald had moeten worden is verstreken) zal de schuldeiser de consument een aanmaningsbrief moeten sturen waarin de consument een betalingstermijn van veertien dagen krijgt om de openstaande vordering alsnog te voldoen. Indien in deze aanmaningsbrief de aanspraak en hoogte van de buitengerechtelijke kosten wordt opgenomen, zijn indien de consument niet binnen de termijn van veertien dagen betaald ook de buitengerechtelijke kosten opeisbaar.

De hoogte van de buitengerechtelijke kosten wordt berekend op basis van de hoofdsom (zonder rente):

15% over de eerste € 2.500,- van de openstaande hoofdsom ;10% over de volgende € 2.500,- van de openstaande hoofdsom;5% over de volgende € 5.000,- van de openstaande hoofdsom;1% over de volgende € 190.000,- van de openstaande hoofdsom;0,5% over het meerdere van de hoofdsom.

De buitengerechtelijke kosten bedragen minimaal € 40,- en maximaal € 6.775,-.

Rekenvoorbeeld: de hoofdsom van de vordering is € 9.000,- dan kan € 825,- (15% van € 2.500,- (€375,-) + 10% van € 2.500 (€ 250,-) + 5 % van € 4.000,- (€ 200,-)) aan buitengerechtelijke kosten in rekening worden gebracht.

Expertises

M&A