Nieuws
03-03-2017

Nuancering aansprakelijkheid franchisegever

Met een arrest van 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad meer helderheid geschapen over de vraag wanneer een franchisegever onrechtmatig handelt door het verstrekken van een onjuiste prognose aan een beoogd franchisenemer.

Paalman-Lampenier: door een derde opgesteld rapport
In het standaardarrest Paalman-Lampenier uit 2002 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de situatie dat in een door een derde opgesteld rapport over de te verwachten omzet en winst fouten c.q. onjuistheden blijken te staan. De Hoge Raad overwoog dat als de franchisenemer een rapport aan zijn wederpartij verschaft, hij onder omstandigheden onrechtmatig kan handelen, indien hij weet dat dit rapport ernstige fouten bevat en hij zijn wederpartij niet op deze fouten opmerkzaam maakt.

Met andere woorden: in geval van een door een derde opgesteld rapport, is daadwerkelijke wetenschap van de franchisegever van de onjuistheden in het rapport vereist voor aansprakelijkheid van de franchisegever.

Street-One Modehandel: door franchisegever zelf opgesteld rapport
In het recente arrest heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat een andere situatie ook tot een andere norm leidt. Waar de Hoge Raad zich in het Paalman/Lampenier-arrest heeft uitgelaten over de situatie van een door een derde opgesteld onduidelijk rapport, heeft hij dat nu gedaan voor de situatie van een door de franchisegever zelf opgesteld ondeugdelijk rapport. Met betrekking tot dat geval overweegt de Hoge Raad:

“In het arrest Paalman/Lampenier heeft de Hoge Raad overwogen dat de franchisegever die een rapport over de te verwachten omzet en de te verwachten winst aan zijn wederpartij verschaft, onder omstandigheden onrechtmatig handelt, indien hij weet dat dit rapport ernstige fouten bevat en hij zijn wederpartij niet op deze fouten opmerkzaam maakt. Deze regel ziet op het in dat arrest aan de orde zijnde geval waarin de franchisegever het onderzoek en het opstellen van het daarop gebaseerde rapport aan een derde heeft uitbesteed. Ook de franchisegever mag dan in de regel op de juistheid daarvan vertrouwen, zodat in beginsel van onzorgvuldig handelen zijnerzijds pas sprake is in geval van wetenschap als hiervoor bedoeld.
Dat laatste is anders als de franchisegever zelf, of een persoon waarvoor hij aansprakelijk is op de voet van een van de art. 6:170 – 6:172 BW, het onderzoek uitvoert en de resultaten daarvan aan zijn wederpartij verstrekt. In dat geval kan ook sprake zijn van onzorgvuldig handelen zonder dat de franchisegever (of de persoon voor wie hij aansprakelijk is) weet dat het rapport fouten bevat, en wel indien onzorgvuldigheid van de franchisegever (of van de persoon voor wie hij aansprakelijk is) heeft geleid tot de fouten in het rapport.”

Hieruit volgt dat indien de franchisegever zelf het onjuiste rapport opstelt (of dat heeft laten doen door een persoon voor wie hij aansprakelijk is), hij ook aansprakelijk kan zijn als hij geen daadwerkelijke wetenschap had van de fouten in het verstrekte rapport. Wel is voor aansprakelijkheid vereist dat onzorgvuldigheid van de franchisegever tot de fouten heeft geleid.

3-3-2017

Betrokken advocaten