Nieuws
26-09-2016

Het nieuwe procesreglement voor appelprocedures

Per 1 september 2016 geldt een nieuw landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij gerechtshoven. Met de inwerkingtreding van dit nieuwe procesreglement zijn de twee pilotreglementen bij de gerechtshoven Amsterdam en Den Bosch komen te vervallen. Er is dus sinds 1 september 2016 weer sprake van landelijke uniformiteit.

Met het nieuwe procesreglement wordt gestreefd naar de verdere vereenvoudiging van de afwikkeling van civiele dagvaardingszaken en naar een verkorting van de doorlooptijden. Voorts wordt een geleidelijke overgang nagestreefd naar de komende wijzigingen van het Wetboek van Rechtsvordering in verband met de invoering van KEI. De belangrijkste wijzingen in het procesreglement betreffen dan ook de termijnen waarbinnen partijen hun memories en akten moeten indienen. Deze termijnen zijn aanzienlijk verkort. Bovendien dienen de gerechtshoven de termijnen ambtshalve te handhaven, hetgeen voorheen niet het geval was. Ook is de mogelijkheid om uitstel te verkrijgen aan strengere regels onderworpen. De praktijk waarin partijen vrijwel ongestoord maandenlang op memories konden broeden, behoort kortom tot het verleden. Een nieuwigheidje is ook dat in het procesreglement is opgenomen dat de rechter binnen tien weken arrest zal wijzen (en binnen zes weken in kort geding). Er is echter geen sanctie gesteld op het overschrijden van deze termijn.  

Het nieuwe procesreglement is van toepassing op alle civiele dagvaardingszaken in hoger beroep. Op procedures die al vóór 1 september 2016 zijn gestart, is wel een overgangsregeling van toepassing, met uitzondering van de procedures waarop één van de pilotreglementen van toepassing was. De overgangsregeling houdt in dat op de eerstvolgende roldatum na 1 september 2016 nog eenmaal een uitstel wordt verleend overeenkomstig het in het oude reglement.

Betrokken advocaten

Expertises