Publication
07-12-2022

De informatieplicht van de aannemer jegens de kwaliteitsborger onder de Wkb; zorg dat partijen dit regelen in de aannemingsovereenkomst!

De kwaliteitsborger is onder de Wkb onder meer verplicht een risicobeoordeling van het bouwplan te maken en op basis daarvan een borgingsplan vast te stellen. Verder moet hij aan het einde van de bouw een deugdelijk dossier bevoegd gezag aanleveren, bij gebreke waarvan het gebouw niet in gebruik mag worden genomen. Om dit te kunnen doen heeft de kwaliteitsborger informatie nodig van de aannemer. Maar wat als de aannemer die benodigde informatie niet (tijdig) aan de kwaliteitsborger verschaft? Kan de kwaliteitsborger (of de opdrachtgever) de aannemer dan hierop rechtstreeks aanspreken?

Over de informatieplicht van de aannemer jegens de kwaliteitsborger is in de parlementaire geschiedenis van de Wkb niets terug te vinden. In de praktijk zal de verplichting van de aannemer om informatie te verschaffen zeer waarschijnlijk in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de aannemer worden vastgelegd. De kwaliteitsborger zal deze verplichting van de aannemer mogelijk op haar beurt willen opnemen in haar overeenkomst met de opdrachtgever. Met daarbij een verplichting voor de opdrachtgever om deze verplichting door te leggen naar de aannemer.

De kwaliteitsborger is geen partij bij de aannemingsovereenkomst. Mogelijk kan hij de aannemer desondanks rechtstreeks aanspreken op grond van de zogenoemde schakeljurisprudentie van de Hoge Raad. Op basis van die leer in de jurisprudentie kan een contractuele tekortkoming onder omstandigheden ook onrechtmatig zijn jegens een derde. Daarbij is bepalend of de aangesproken partij haar verklaringen en gedragingen ter zake van de overeenkomst waarbij zij partij is, mede diende te laten bepalen door de belangen van de betrokken derde.

Een andere mogelijkheid op grond waarvan de kwaliteitsborger de aannemer rechtstreeks kan aanspreken is het opnemen van een derdenbeding ten behoeve van de kwaliteitsborger in de aannemingsovereenkomst tussen de opdrachtgever en de aannemer.

Als de aannemingsovereenkomst niets bepaalt over de informatieverstrekking door de aannemer aan de kwaliteitsborger, dan vloeit die verplichting voor de aannemer mogelijk voort uit de in de aannemingsovereenkomst vastgelegde opleverdatum c.q. maximale bouwtijd, dan wel de daarin opgenomen opleveringsverplichting van de aannemer. Als de aannemer niet meewerkt aan de informatievraag van de kwaliteitsborger, is de kwaliteitsborger mogelijk niet in staat om het borgingsplan vast te stellen. De aannemer zal dan niet aan zijn opleveringsverplichting uit hoofde van de aannemingsovereenkomst kunnen voldoen. Zonder een borgingsplan kan immers niet worden gestart met de bouw, omdat deze bij de bouwmelding voorafgaand aan start bouw moet worden ingediend.

Ook gedurende de bouw zal de aannemer op diens verzoek informatie moeten verschaffen aan de kwaliteitsborger. De aannemer zal op grond van de aannemingsovereenkomst vaak verplicht zijn om een bouwwerk op te leveren dat ook door de opdrachtgever in gebruik kan worden genomen en dat kan onder de Wkb alleen als het dossier bevoegd gezag ook de vereiste verklaring van de kwaliteitsborger bevat.

Of de aannemingsovereenkomsten in de huidige vorm voldoende prikkel bevatten voor de aannemer om mee te werken aan de informatieverzoeken van de kwaliteitsborger is sterk afhankelijk van de formulering van de opleveringsverplichting van de aannemer. Het verdient dan ook aanbeveling om in de aannemingsovereenkomsten straks een duidelijk omschreven verplichting op te nemen voor de aannemer om aan de informatieverzoeken van de kwaliteitsborger te voldoen, zodat daarover geen twijfel kan bestaan. Ook kan het wenselijk zijn om in de aannemingsovereenkomst de opleveringsverplichting van de aannemer te koppelen aan de feitelijke ingebruikname van het werk. Over de formulering van dergelijke bedingen, eventueel in de vorm van een derdenbeding, denken onze specialisten uiteraard graag met u mee.