Publication
22-07-2022

De omgevingsvergunning onder de Omgevingswet: simpel en snel of toch complex?

De omgevingsvergunning blijft onder de Omgevingswet de meest gebruikelijke manier voor het bevoegd gezag om toestemming te verlenen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor initiatiefnemers blijft gelden dat voor een groot aantal activiteiten, zoals het bouwen, het aantasten van een rijksmonument of een activiteit met nadelige gevolgen voor bepaalde natuurgebieden, een omgevingsvergunning vereist is.

Wat zijn de uitgangspunten van omgevingsvergunningen onder de Omgevingswet?
Het voornaamste doel van de Omgevingswet is het versimpelen van het omgevingsrecht. Voor de omgevingsvergunning is dit vormgegeven door voortaan voor elk initiatief één aanvraagloket open te stellen bij één bevoegd gezag. Bij dit loket kan voor alle relevante activiteiten die onderdeel zijn van een project één omgevingsvergunning aangevraagd worden. De Omgevingswet heeft ook als doel om de doorlooptijden van vergunningsprocedures te verkorten en meer activiteiten vergunningsvrij te maken.

De omgevingsvergunning voor bouwen
De omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is de bekendste omgevingsvergunning. Juist voor die omgevingsvergunning verandert er procedureel erg veel. Onder de Omgevingswet (en de bijbehorende Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) wordt de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit opgeknipt in twee verschillende activiteiten: de planologische activiteit en de bouwkundige activiteit. De planologische activiteit houdt een toetsing in aan de (bouw)regels in het omgevingsplan. De beoordeling van deze activiteit wordt verzorgd door het bevoegd gezag. De bouwkundige activiteit is een toets aan de bouwtechnische vereiste in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor de bouwwerken waarop de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van toepassing is, wordt de bouwkundige toets uitgevoerd door ‘kwaliteitsborgers’ – ondernemingen die daartoe gecertificeerd zijn.

Wanneer is een omgevingsvergunning nodig?
Voor sommige activiteiten geldt dat onder de Omgevingswet in principe wel een omgevingsvergunning is vereist, tenzij in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is opgenomen dat deze activiteit toch vergunningvrij is. Het gaat om de volgende activiteiten:

  • activiteiten waarvoor een vergunningplicht is opgenomen in het omgevingsplan of daarmee in strijd zijn (de omgevingsplanactiviteit);
  • (kortweg) het aantasten of aanpassen van rijksmonumenten (de rijksmonumentenactiviteit);
  • het veranderen van de hoogteligging van een terrein (de ontgrondingsactiviteit);
  • het storten van stoffen vanaf een vaartuig (de stortingsactiviteit op zee), en;
  • activiteiten met nadelige gevolgen voor bepaalde beschermde natuurgebieden (de Natura 2000-activiteit).

Voor andere activiteiten geldt onder de Omgevingswet juist weer dat in principe geen omgevingsvergunning is vereist, tenzij in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is opgenomen dat deze activiteit vergunningplichtig is. Het gaat om de volgende activiteiten:

  • het bouwen van bouwwerken (de bouwactiviteit);
  • activiteiten met nadelige gevolgen voor het milieu (de milieubelastende activiteit);
  • het lozen van stoffen op water (de lozingsactiviteit);
  • het onttrekken of in de bodem brengen van water (de wateronttrekkingsactiviteit);
  • activiteiten binnen een aangewezen gebied (de beperkingengebiedsactiviteit), en;
  • activiteiten met mogelijke gevolgen voor flora en fauna (de flora- en fauna-activiteit).

Als een omgevingsvergunning nodig is, hoe werkt de procedure dan?
In principe worden vergunningaanvragen afgehandeld via de (kortere) reguliere procedure, zoals we die nu ook al kennen. Dit betekent dat de reguliere procedure ook geldt voor omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. De beslistermijn in deze procedure is acht weken (maximaal eenmaal te verlengen met zes weken). Het bevoegd gezag is (in beginsel) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de activiteit plaatsvindt. Er geldt geen systeem meer voor van rechtswege verleende vergunningen, maar het bevoegd gezag kan wel dwangsommen verbeuren als zij niet tijdig beslist. Let wel, de verwachting is dat vergunningverlening ondanks de van toepassing verklaarde reguliere procedure niet veel korter wordt dan onder de huidige regelgeving. Als bijvoorbeeld moet worden afgeweken van het omgevingsplan, dient in bepaalde gevallen het advies van de gemeenteraad afgewacht te worden. De vraag is of dit binnen een termijn van 8 weken (plus verlenging van 6 weken) mogelijk is.

Bij uitzondering kan in plaats van de reguliere procedure, de uitgebreide procedure van toepassing zijn. De voornaamste verschillen met de reguliere procedure zijn:

  • de beslistermijn bij de uitgebreide procedure is zes maanden (maximaal eenmaal te verlengen met zes weken);
  • bij de uitgebreide procedure kan geen bezwaar worden gemaakt tegen het definitieve besluit van het bevoegd gezag, maar moet tegen het definitieve besluit direct beroep worden ingesteld, en;
  • in de uitgebreide procedure maakt het bevoegd gezag, voor zij een definitief besluit neemt, eerst een ontwerpbesluit bekend, waartegen iedereen zienswijze kan indienen.