Publication
26-01-2022

Coronatoegangsbewijs binnenkort ook op het werk?

Onderzoek heeft uitgewezen dat circa negen procent van de besmettingen op de werkvloer plaatsvindt. Het kabinet heeft daarom het wetsvoorstel 'Tijdelijke wet verbreding inzet coronatoegangsbewijzen' ingediend bij de Tweede Kamer om inzet van het coronatoegangsbewijs ook op de werkvloer mogelijk te maken. Dit wetsvoorstel maakt het tevens mogelijk dat het coronatoegangsbewijs aan bezoekers van bepaalde locaties kan worden gevraagd. Hopelijk worden de maatregelen de komende tijd alleen nog maar versoepeld en blijft het bij een wetsvoorstel. Zo niet, dan wordt het onderstaande misschien realiteit en kan er - in bepaalde gevallen - op de werkvloer ook om een coronatoegangsbewijs worden gevraagd.

Coronatoegangsbewijs
Het coronatoegangsbewijs (hierna: "ctb") kan worden verkregen op basis van een bewijs van een testuitslag, een bewijs van vaccinatie of een herstelbewijs. Aangenomen wordt dat het ctb een geschikt middel is om de verspreiding van het Corona-virus op plekken waar meerdere mensen bij elkaar komen tegen te gaan, aangezien daarmee de kans op transmissie van het virus tussen personen wordt beperkt.

Op dit moment kan het ctb kan worden gevraagd aan bezoekers bij activiteiten of voorzieningen van uitsluitend de volgende terreinen:

A. cultuur;
B. evenementen;
C. georganiseerde jeugdactiviteiten;
D. horeca;
E. sport;
F. niet-essentiële detailhandel; en
G. niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen.

Vanaf 25 september 2021 is de controle op het ctb bij de sectoren A t/m E verplicht. Per 2 december 2021 zijn F en G toegevoegd en kan een ctb ook ingezet worden als toegangsbewijs tot niet-essentiële detailhandel en niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen, zoals kledingwinkels, bouwmarkten, pretparken en bepaalde contactberoepen zoals kappers. Het ctb wordt in die sectoren F en G alleen ingezet als dat bij ministeriële regeling is bepaald en alleen indien dit noodzakelijk, effectief en proportioneel is in het kader van het tegengaan van de verspreiding van het Corona-virus.

Wetsvoorstel
Werkvloer sectoren A t/m G
Een ctb-plicht geldt nog niet voor personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden in die terreinen verrichten zoals werknemers, zzp'ers en vrijwilligers (hierna kortweg: "werknemers"). Met het wetsvoorstel zou daar verandering in komen, zodat het ctb ook verplicht wordt voor werknemers die toegang willen tot de arbeidsplaats in voornoemde sectoren A t/m G en waar het ctb dus nu al aan bezoekers wordt gevraagd (voor sectoren F en G alleen als dat bij ministeriële regeling is bepaald).

Werkvloer buiten die sectoren
Daarnaast biedt dit wetsvoorstel de mogelijkheid om buiten die sectoren ook andere terreinen aan te wijzen waar een ctb-plicht kan gaan gelden voor werknemers, mits dit vanuit epidemiologisch opzicht noodzakelijk is. Een ctb-plicht zal daarom alleen worden ingevoerd in risicovolle situaties waar geen alternatief zoals thuiswerken of voldoende afstand houden mogelijk is en met relatief veel personen binnen elkaars 'ademcirkel' wordt gewerkt. Een ctb-plicht kan bijvoorbeeld wel worden ingevoerd voor fabrieksomgevingen, maar zal niet snel aan de orde zijn voor een kantooromgeving.

Bij ministeriële regeling kan een bepaald terrein (buiten die sectoren A t/m G) worden aangewezen waarvoor de ctb-plicht ook geldt. Alleen indien de werkgever op een andere wijze kan zorgen voor een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met het beschikken over een ctb, zal de ctb-plicht voor die specifieke werkgever niet gelden. De alternatieve maatregel – die dus in de plaats komt van de ctb-plicht – wordt van overheidswege bepaald. De werkgever mag dus niet zelf bepalen op welke wijze hij een met het beschikken over een ctb vergelijkbaar beschermingsniveau kan bewerkstelligen.

Een werkgever in zo’n aangewezen terrein moet dus nagaan of hij die alternatieve maatregel in zijn bedrijfsvoering kan doorvoeren. Als dat zo is, dan past hij die door de overheid bepaalde alternatieve maatregel toe. Lukt het niet om die alternatieve maatregel toe te passen, dan moet de werkgever zijn werknemers dus wel op een ctb controleren.

Bezoekers van arbeidsplaatsen buiten die sectoren
Tot slot regelt het wetsvoorstel dat buiten de ctb-plichtige sectoren A t/m G bij ministeriële regeling ook weer andere terreinen kunnen worden aangewezen waar een ctb-plicht kan gelden voor de bezoekers van arbeidsplaatsen. Ook hier geldt dat zo’n terrein alleen zal worden aangewezen als dat vanuit epidemiologisch opzicht noodzakelijk is en wordt in de regeling een alternatieve maatregel geboden.

Maar pas op: indien er geen regels zijn opgesteld t.a.v. bepaalde terreinen, dan mag geen ctb worden gevraagd. Dit is verboden met kans op sanctionering zoals hechtenis of een geldboete.

Inbreuk
In het wetsvoorstel wordt erkend dat de voorgestelde maatregelen een inbreuk vormen op meerdere grond- en mensenrechten, zoals bijvoorbeeld het recht op lichamelijke integriteit, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging, werknemersrechten en de vrijheid van ondernemerschap. Het wetsvoorstel licht echter toe dat die inbreuk kan worden gerechtvaardigd vanuit de noodzaak van overheidsoptreden ter bestrijding van de epidemie, oftewel: vanuit de bescherming van de volksgezondheid.

Het wetsvoorstel biedt daarvoor verschillende waarborgen. Zo kan alleen worden besloten tot verplichte inzet van het ctb als de actuele epidemiologische en maatschappelijke omstandigheden een beperking van grond- en mensenrechten rechtvaardigen. Een maatregel mag slechts worden genomen als dat gelet op de ernst van de bedreiging van de volksgezondheid noodzakelijk is en de uitoefening van grondrechten daarbij zo min mogelijk wordt beperkt. Omdat iedereen zelf kan bepalen welk van de (kosteloze) middelen hij inzet (vaccinatie-, herstel- of testbewijs) zijn de worden de nadelige gevolgen voor belanghebbenden zoveel mogelijk beperkt, aldus het wetsvoorstel. Bovendien is er eerder een rechtvaardigingsgrond als het slechts gaat om een tijdelijke maatregel zoals hier het geval is.

Ten aanzien van het recht op privacy wordt opgemerkt dat bij het uitlezen van een ctb via de CoronaCheck-scanner een verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens plaatsvindt. Op grond van de AVG (artikel 9 lid 1) is dit in beginsel verboden, maar daarop is een uitzondering mogelijk indien de verwerking noodzakelijk is om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid. In dit geval is verwerking noodzakelijk vanwege bescherming tegen ernstige grensoverschrijdende gevaren voor de gezondheid (artikel 9 lid 2 onder i). Het wetsvoorstel licht toe dat er bovendien specifieke waarborgen gelden ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen: bij het scannen met behulp van de CoronaCheck-scanner worden de persoonsgegevens slechts kort getoond en dan onmiddellijk vernietigd. Er wordt benadrukt dat het wetsvoorstel nog steeds geen wettelijke basis biedt voor het registreren van de persoonsgegevens. De uitgelezen gegevens mogen dus op geen enkele wijze worden vastgelegd.

Gevolgen
Het wetsvoorstel voorziet er dus in dat aan een werknemer in de sectoren A t/m G om een ctb gevraagd moet worden. Met name voor de werknemers die zich niet hebben laten vaccineren heeft dit natuurlijk grote impact. Iedere dag dat zij naar hun werk gaan, zullen zij zich moeten laten testen tenzij ze kort geleden nog Corona hebben gehad.

Als werkgever moet je dus goed nadenken over de consequenties voor werknemers indien geen ctb kan worden getoond. Aan te raden is om hierover met de werknemer een gesprek te voeren en mogelijke oplossingen te zoeken zoals thuiswerken of de arbeid (tijdelijk) te laten verrichten op een andere arbeidsplaats waar geen ctb-plicht geldt. Een tijdelijke aanpassing van de werkzaamheden of zelfs een tijdelijke functiewijziging zou ook een redelijke oplossing kunnen zijn. Wanneer een werknemer geen opvolging geeft aan deze redelijke instructies van de werkgever, kan worden overwogen het loon worden stop te zetten. Komen de werkgever en de werknemer samen niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing, dan kan de werkgever er in een uiterst geval en bij een voldoende dossier voor kiezen om een procedure in gang te zetten tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Agenda
Het voorstel is op 22 november 2021 ingediend in de Tweede Kamer en hierover is nog niet gestemd. Zodra het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is aangenomen, moet de Eerste Kamer de wet nog goedkeuren en pas daarna mag het ctb op het werk worden gevraagd.

Of het ooit zover gaat komen, is nog de vraag. Laten we hopen dat het wetsvoorstel vanwege de steeds verdergaande versoepelingen of nog beter, de afname van de ernst van het Corona-virus, weer de prullenbak in kan.

Involved attorneys