Publication
25-01-2022

​ Een verbod op nevenwerkzaamheden na 1 augustus 2022 alleen rechtsgeldig met objectieve rechtvaardigingsgrond

Op dit moment ligt bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden. Dit wetvoorstel vloeit voort uit de gelijknamige EU richtlijn die op 1 augustus 2022 moet zijn geïmplementeerd in het Nederlandse rechtssysteem.

Een van de wijzigingen die dit wetvoorstel met zich meebrengt is dat zonder objectieve rechtvaardigingsgrond een verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden buiten werktijd niet langer is toegestaan. Hiervoor wordt een extra bepaling aan het Burgerlijk Wetboek toegevoegd (artikel 7:653a BW) dat komt te luiden: “Een beding waarbij de werkgever verbiedt of beperkt dat de werknemer voor anderen arbeid verricht buiten de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht bij de werkgever, is nietig tenzij dit beding kan worden gerechtvaardigd op grond van een objectieve reden.”

De richtlijn noemt een aantal voorbeelden van rechtvaardigingsgronden zoals gezondheid en veiligheid, de bescherming van vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie, de integriteit van overheidsdiensten of het vermijden van belangenconflicten. Ook het overtreden van een wettelijk voorschrift, zoals bijvoorbeeld de Arbeidstijdenwet, kan tot een rechtvaardigingsgrond leiden. De rechtvaardigingsgrond hoeft niet in de arbeidsovereenkomst zelf te worden opgenomen, zo volgt uit de memorie van toelichting. De werkgever kan zich ook achteraf op een objectieve rechtvaardigingsgrond beroepen, op het moment dat op de bepaling een beroep wordt gedaan.

De wet heeft na invoering onmiddellijke werking en kent geen overgangsrecht voor arbeidsovereenkomsten die voor 1 augustus 2022 zijn aangegaan. Dit betekent dat een verbod op nevenwerkzaamheden waarvoor geen objectieve rechtvaardigingsgrond kan worden gegeven, per die datum nietig is. Ook indien de arbeidsovereenkomst voor 1 augustus 2022 is aangegaan.

Wat betekent de wetswijziging voor bestaande nevenwerkzaamhedenbedingen in arbeidsovereenkomsten?
Een nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomst bepaalt op dit moment vaak slechts dat het de werknemer - behoudens toestemming van de werkgever - niet is toegestaan om nevenwerkzaamheden te verrichten. Een dergelijke bepaling in bestaande arbeidsovereenkomsten zonder concrete verwijzing naar een objectieve rechtvaardigingsgrond blijft voor zover ons uit het wetvoorstel blijkt in beginsel gewoon geldig. Indien een werkgever na 1 augustus 2022 een beroep op een nevenwerkzaamhedenverbod doet, dient deze zich wel te realiseren dat een objectieve rechtvaardigingsgrond kan worden gegeven, wil het beding standhouden. Werkgevers moeten dus voor iedere werknemer kritisch nagaan of wel een objectieve rechtvaardigingsgrond voor het verbod op nevenwerkzaamheden bestaat, anders kan een werknemer niet langer aan het verbod worden gehouden.

Toekomstige nevenwerkzaamhedenbedingen
Het is raadzaam om toekomstige arbeidsovereenkomsten in lijn te brengen met de (nieuwe) wet door aan het nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomst toe te voegen dat de werkgever alleen toestemming kan onthouden indien daarvoor een objectieve rechtvaardigingsgrond kan worden gegeven. De werkgever kan dan op een later moment de objectieve rechtvaardigingsgrond toelichten. Indien op voorhand al duidelijk is wat de objectieve rechtvaardigingsgrond is en als de verwachting is dat deze ook niet wijzigt, kan de rechtvaardigingsgrond in de arbeidsovereenkomst worden genoemd waarbij het uiteraard van belang is dat uit de arbeidsovereenkomst tevens volgt dat deze rechtvaardigingsgrond niet limitatief is en er in de toekomst ook andere rechtvaardigingsgronden kunnen voordoen voor een beroep op het nevenwerkzaamhedenbeding. Wij helpen u daar graag bij!