Publication
16-12-2021

De gevolgen van het coalitieakkoord 2021 voor de arbeidsmarkt

Op 15 december hebben de fracties van VVD, D66, CDA en ChristenUnie het coalitieakkoord 2021-2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. De titel en het motto van het akkoord is: ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.

Op het gebied van arbeidsmarkt en inkomen kondigt het coalitieakkoord een aantal hervormingen aan. Werken moet lonen en werkgeverschap en ondernemerschap moet aantrekkelijk blijven. Het eindrapport van de Commissie Regulering van Werk, ook wel de Commissie-Borstlap genoemd, en het hoofdstuk “Arbeidsmarkt, inkomensverdeling en gelijke kansen” uit het SER MLT-advies vormen de leidraad voor hoe de inrichting van de arbeidsmarkt gaat veranderen.

Veel van de plannen zijn nog niet uitgewerkt en vragen nog om een nadere invulling in beleidsprogramma’s. Zo heeft het kabinet 300 miljoen euro per jaar uitgetrokken voor lastenverlichting van het mkb via loondoorbetaling bij ziekte, maar de vormgeving hiervan is nog niet toegelicht. Andere aankondigingen zijn al wel concreet.

De volgende belangrijkste maatregelen op de arbeidsmarkt zijn aangekondigd:

1. Verkleinen van de verschillen tussen vast en flex
Het kabinet wil de kloof die is ontstaan tussen vaste werknemers en flexwerkers verkleinen door in lijn met het SER MLT-advies oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidsovereenkomsten beter te reguleren. Dit zou onder meer betekenen dat in lijn met de aanbevelingen van de SER de volgende hervormingen worden doorgevoerd:

  • de onderbrekingstermijn van maximaal zes maanden tussen contracten van bepaalde tijd wordt afgeschaft;
  • oproepcontracten zijn niet meer toegestaan maar worden vervangen door basiscontracten met ten minste een kwartaalurennorm;
  • Voor de uitzendbranche gaat gelden dat fase A bij uitzendcontracten wordt verkort van 78 naar 52 weken, de mogelijkheid om deze termijn bij CAO te verlengen vervalt, fase B gaat gelden voor maximaal zes tijdelijke contracten gedurende twee jaar en uitzendkrachten recht krijgen op tenminste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als die gelden bij de inlener. Teneinde de uitzendmarkt voor te behouden aan betrouwbare uitzendorganisaties zal een verplichte certificering worden ingevoerd voor uitzendbureaus en andere partijen die bemiddelen in arbeid.

2. Re-integratie tweede ziektejaar
De re-integratie zal zich in het tweede ziektejaar in principe op het tweede spoor bij een andere werkgever richten (en niet langer ook op het eerste spoor), met als doel dat de instroom in de WIA zoveel mogelijk wordt beperkt. Hiermee wordt de lijn van het SER-advies gevolgd.

3. Verhoging minimumuurloon
Er wordt een minimumuurloon op basis van de 36-urige werkweek ingevoerd. Het minimumloon wordt stapsgewijs met 7,5 % verhoogd.

4. Helderheid voor zelfstandigen
Het kabinet belooft meer helderheid voor zelfstandigen waarbij echte zelfstandigen worden ondersteund en ondernemerschap wordt gestimuleerd. De verdere ontwikkeling van een webmodule kan vooraf meer zekerheid voor zzp’ers gaan scheppen over de aard van de arbeidsrelatie. Schijnzelfstandigheid wordt aangepakt door betere publiekrechtelijke handhaving.

5. Reductie zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2023 met stappen van 650 euro verder gereduceerd tot 1.200 euro in 2030. Gedurende de kabinetsperiode vindt compensatie van zzp’ers plaats via de verhoging van de arbeidskorting.

6. Stimulatie maatregelen van werk-naar-werk
Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken om de komende jaren meer mensen naar werk te begeleiden. In dat kader zal de beëindiging van de arbeidsovereenkomst via een van werk-naar-werk-route uit het SER MLT-advies worden uitgewerkt. Het MLT-advies behelst op dit punt onder meer dat indien partijen met wederzijds goedvinden bij een dreigend ontslag kiezen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst met inbegrip van een van-werk-naar-werk-route, de transitievergoeding achterwege kan blijven en dat als het lukt om een werknemer vanuit een flexibel contract naar een contract voor onbepaalde tijd te begeleiden de WW-premie voor flexibele contracten met terugwerkende kracht wordt gerestitueerd.

7. Aantrekkelijker voor ouders om werk en zorg te combineren
Voor werkende ouders zal de vergoeding voor kinderopvang stapsgewijs worden verhoogd tot 95%. Daarnaast werkt het kabinet aan gendergelijkheid op de arbeidsmarkt door het uitbreiden van betaald ouderschapsverlof naar 70%. Op dit moment is ouderschapsverlof nog onbetaald, maar vanaf 2 augustus 2022 hebben werkende ouders recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. Het betalingsniveau is vastgesteld op 50% van het dagloon tot maximaal 50% van het maximumdagloon. Of de voorgenomen 70% ook gemaximeerd wordt, is nog onduidelijk.

8. Pensioenakkoord
Het pensioenakkoord wordt uitgevoerd. Een aantal afspraken daaruit zijn:

i) Er komt een transparanter en persoonlijker pensioenstelsel;
ii) De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog;
iii) Er komen betere afspraken voor vervroegd pensioen voor mensen met zware beroepen;
iv) Een extra keuzerecht voor iedereen bij pensioen. Het wordt een wettelijk recht dat deelnemers eenmalig een bedrag in één keer uit kunnen laten betalen;
v) Er komen betere regels voor nabestaandenpensioen, vooral voor het partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum.
vi) Er komt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers.

De hiervoor genoemde wijzigingen zijn op onderdelen erg algemeen geformuleerd. Het is afwachten hoe dit uiteindelijk wordt vormgegeven.