Publication
13-10-2021

​Belastingdienst is tijdelijk bereid het ‘dubbel percentage’-vereiste te laten varen in het kader van WHOA-akkoorden

Tijdens de coronacrisis konden ondernemingen gebruik maken van het bijzonder uitstel van betaling van belastingen. Aan dat generieke uitstel is sinds kort een einde gekomen. Sinds 1 oktober 2021 zijn ondernemingen weer verplicht om hun nieuw opkomende belastingschulden te voldoen. Voor de betaling van de oude, tijdens de coronacrisis ontstane belastingschulden gelden bijzondere afbetalingsregelingen met lange aflossingstermijnen en lage rentepercentages. Recent is aangekondigd dat de fiscus bereid is om nog een extra stapje terug te doen, om zo de herstructurering van levensvatbare ondernemingen te faciliteren.

Soepel aflossingsregime voor oude schulden
Ondernemers moeten uiterlijk op 1 oktober 2022 beginnen met het aflossen van de tijdens de coronacrisis ontstane belastingschulden. Zij krijgen daarvoor vijf jaar de tijd. Uiterlijk op 1 oktober 2027 moeten de oude schulden dus zijn terugbetaald. Bovendien geldt voor deze belastingschulden een aangepast rentepercentage. Dit jaar bedraagt de invorderingsrente 0,01%. Vanaf 1 januari 2022 wordt dit percentage verhoogd naar 1%. Vervolgens zal het rentepercentage geleidelijk worden verhoogd, om uiteindelijk per 1 januari 2024 uit te komen op 4%.

De WHOA en het beleid van de Belastingdienst
Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (‘WHOA’) in werking getreden. Op onze speciale WHOA-pagina leest u meer over dit nieuwe herstructureringsinstrument. Op 1 juli 2021 is de Leidraad Invordering 2008 (‘Leidraad’) gewijzigd. Deze Leidraad beschrijft onder meer onder welke voorwaarden de Belastingdienst bereid is in te stemmen met een WHOA-akkoord. Meer over deze gewijzigde Leidraad leest u in dit nieuwsbericht. Eén van de voorwaarden die de fiscus stelt voor medewerking aan een akkoord is dat hij op basis van het akkoord het dubbele percentage wil ontvangen van hetgeen concurrente schuldeisers op hun vorderingen krijgen uitgekeerd.

Een (tijdelijke) extra stap terug: loslating van het dubbel percentage-vereiste
Recent heeft de staatssecretaris van Financiën aangekondigd dat de fiscus bereid is om een extra stapje terug te doen indien levensvatbare ondernemingen – ondanks de ruimhartige aflossingsregeling – in betalingsproblemen komen. Het kabinet wil dit soort ondernemingen tijdelijk extra ondersteunen door de kans op saneringsakkoorden te vergroten. Om die reden zal de Belastingdienst in de periode 1 augustus 2022-30 september 2023, indien haar een WHOA-akkoord wordt aangeboden, genoegen nemen met hetzelfde uitkeringspercentage dat aan concurrente schuldeisers toekomt. Door het dubbel percentage-vereiste tijdelijk los te laten hoopt het kabinet dat ook andere schuldeisers sneller zullen instemmen met saneringsakkoorden. Voor hen blijft immers meer over, waardoor het akkoordvoorstel aantrekkelijker zal kunnen uitvallen.

Enkele openstaande vragen
Dit nieuwe beleid zal door de fiscus nog verder worden uitgewerkt. Eén van de openstaande vragen is wat de fiscus precies zal verstaan onder “hetzelfde uitkeringspercentage als aan concurrente schuldeisers toekomt”. In de WHOA-regeling wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen ‘mkb-schuldeisers’ met concurrente vorderingen en ‘gewone’ schuldeisers met concurrente vorderingen. De eerste groep kan onder omstandigheden afdwingen dat zij minstens 20% op hun vordering uitgekeerd krijgen. In de gewijzigde Leidraad kondigde de fiscus reeds aan slechts aanspraak op “het dubbele percentage” te maken ten opzichte van de schuldeisers die níet als kleinere mkb-schuldeisers kwalificeren. In dat licht bezien, ligt het voor de hand dat de fiscus in de periode 1 augustus 2022-30 september 2023 dus aanspraak wil maken op hetzelfde percentage als concurrente schuldeisers die níet als mkb-schuldeisers kwalificeren.

Voorts is de vraag hoe de fiscus om zal gaan met WHOA-akkoorden in de periode tot 1 augustus 2022. Ondernemingen die in de komende maanden op de rand van een faillissement balanceren en ter voorkoming daarvan een WHOA-akkoord willen aanbieden, zullen proberen of de fiscus ook nu al genoegen zou willen nemen met minder, ook al voldoet het akkoord-aanbod niet aan de voorwaarden zoals vervat in de huidige Leidraad. In de Leidraad wordt uitgewerkt onder welke voorwaarden de fiscus bereid is in te stemmen met een akkoord. Indien de Belastingdienst tégen een WHOA-akkoord stemt, kan de rechter de fiscus onder omstandigheden toch binden aan het door de onderneming gedane aanbod. Een dergelijke ‘cross class cram down’ is – voor zover bekend - tot op heden niet toegepast op fiscale schulden. De wet biedt echter de ruimte om een tegenstemmende klasse te binden aan een akkoord indien die klasse op basis van het akkoord conform haar rang meedeelt in de reorganisatiewaarde van de onderneming. Het is goed denkbaar dat de rechter de Belastingdienst op basis van de wet kan dwingen mee te doen, ook al voldoet het akkoordvoorstel niet aan het (interne) beleid van de fiscus .

Tot slot is nog onduidelijk of de fiscus vanaf 1 augustus 2022 ook buiten een formeel WHOA-traject om, dus in een onderhands akkoord, bereid is om afstand te doen van het dubbele percentage-vereiste. Zodra meer bekend is over de uitwerking van dit nieuwe beleid, volgt daarover een nieuwsbericht.