Publication
16-03-2021

Nieuwe wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen

Aanleiding en achtergrond
De afschuw was groot toen de Britse krant The Guardian drie weken geleden onthulde dat er in Qatar al minstens 6.500 arbeidsmigranten om het leven zijn gekomen bij de voorbereiding van het WK voetbal in 2022. In de media wordt getwist over een passende reactie van de Nederlandse regering, (voetbal)organisaties en bedrijven. Ondanks de publieke verontwaardiging, zijn er nog steeds Nederlandse ondernemingen die investeren in het WK in Qatar. Deze discussie over de verantwoordelijkheid van Nederlandse ondernemingen voor internationale schendingen van mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu speelt al langer. Het heeft afgelopen donderdag 11 maart 2021 geleid tot de indiening van een wetsvoorstel: de Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen.

Aanleiding voor het wetsvoorstel zijn de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waarvan Nederland lid is. De OESO-richtlijnen geven weer wat er van ondernemingen wordt verwacht op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen bij internationale handel. Uit onderzoek van de (demissionair) Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Sigrid Kaag, D66) bleek vorig jaar dat de OESO-richtlijnen slechts door 35 procent van de grote ondernemingen in Nederland worden onderschreven. De nieuwe Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen dient als ondergrens voor internationaal verantwoord ondernemen, die ervoor moet zorgen dat Nederlandse ondernemingen de OESO-richtlijnen beter gaan naleven.

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel noemen een aantal vergrijpen waar ondernemingen die in het buitenland actief zijn mee te maken kunnen krijgen. Kinderarbeid, slavernij, uitbuiting en milieuschade zijn risico’s die worden gesignaleerd. Verontrustende getallen die daarbij worden genoemd, zijn de wereldwijd 150 miljoen kinderen die momenteel kindarbeider zijn en de 45,8 miljoen mensen die als “moderne slaven” zijn geïdentificeerd. Met betrekking tot milieuschade wordt het gebruik van soja, palmolie en uiteraard de productie van olie en gas vermeld. Voor de initiatiefnemers voldoende reden voor een wet die dit soort misstanden moet voorkomen.

Doelstelling
De Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen heeft als uiteindelijk doel “het voorkomen en adresseren van daadwerkelijke en potentiële nadelige gevolgen door activiteiten van ondernemingen in het buitenland.” Kernprincipe van de wet is de ‘gepaste zorgvuldigheid’ die ondernemingen moeten betrachten om ondernemingsgerelateerde schendingen te voorkomen en te adresseren. Gepaste zorgvuldigheid is een proces, omschreven in deze wet, waarmee daadwerkelijke en potentiële gevolgen van het handelen van de betreffende onderneming worden geïdentificeerd, voorkomen en vermindert, en waarover de onderneming verantwoording aflegt. Het proces is integraal onderdeel van het besluitvormingsproces en risicobeheerssysteem van de onderneming.

Reikwijdte en gepaste zorgvuldigheid
Het proces van gepaste zorgvuldigheid is in de wetgeving uiteengezet in zes stappen. Deze specifieke stappen zijn alleen van toepassing op grote ondernemingen. Kort gezegd zijn dit de zes stappen: (i) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) integreren in het beleid en de managementsystemen van de onderneming, (ii) identificeren van daadwerkelijke of potentiële nadelige gevolgen voor MVO-thema’s, (iii) deze nadelige gevolgen stoppen, voorkomen of beperken, (iv) monitoren van de praktische toepassing en resultaten, (v) communiceren over de manier waarop de gevolgen worden aangepakt, en (vi) herstel mogelijk maken of hieraan meewerken. Hierbij is nog het vermelden waard dat de verplichting tot gepaste zorgvuldigheid zich ook uitstrekt tot zakenrelaties van de onderneming. Als de activiteiten van een zakenrelatie rechtstreeks verband houden met de nadelige gevolgen voor MVO-thema’s, moet de onderneming zijn invloed op de zakenrelatie aanwenden om de nadelige gevolgen te beëindigen of te herstellen. Als dat niet werkt, moet de onderneming de betrekkingen met de zakenrelatie beëindigen.

Een meer algemene zorgplicht die is gecodificeerd in het wetsvoorstel, is van toepassing op alle ondernemingen: groot, midden- en kleinbedrijf, werkzaam in alle sectoren, inclusief buitenlandse ondernemingen die op de Nederlandse markt commercieel actief zijn. Bij deze algemene zorgplicht komen minder administratieve verplichtingen en dus minder administratieve lasten kijken. De zorgplicht houdt in dat elke onderneming die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat haar activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor mensenrechten, arbeidsrechten of het milieu in het buitenland, verplicht is redelijke maatregelen te nemen om deze gevolgen te voorkomen. Voor zover dat niet kan, moet de onderneming de gevolgen zoveel mogelijk beperken, ongedaan maken en zo nodig zorg dragen voor herstel. Van ‘nadelige gevolgen’ is in ieder geval sprake als in de productieketen van de onderneming gebruik wordt gemaakt van: (i) beperking van de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandeling, (ii) discriminatie, (iii) dwangarbeid, (iv) kinderarbeid, (v) onveilige arbeidsomstandigheden, (vi) slavernij, (vii) uitbuiting, of (viii) milieuschade.

Handhaving en toezicht
Ter handhaving van en toezicht op de Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen wordt bij algemene maatregel van bestuur een toezichthouder aangewezen. De toezichthouder krijgt bevoegdheden om een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete op te leggen en de bijbehorende besluiten openbaar te maken. Onderdeel van het takenpakket van de toezichthouder is daarnaast het geven van voorlichting en waarschuwingen aan ondernemingen.

Strafrechtelijke handhaving behoort ook tot de gereedschapskist. Aan artikel 1 van de Wet economische delicten wordt overtreding van bepaalde artikelen uit het wetsvoorstel toegevoegd.

Ook civielrechtelijk kan er worden getoetst aan de Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen. Belanghebbenden kunnen bij de civiele rechter schadevergoeding vorderen op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Het niet voldoen aan de wettelijke zorgplicht kwalificeert immers als ‘het doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht’. Een belanghebbende wordt gekwalificeerd als een persoon of groep personen van wie de rechten of belangen rechtstreeks worden aangetast door een gebrek aan gepaste zorgvuldigheid van een onderneming, dan wel een organisatie met als statutair doel bescherming van de mensenrechten, arbeidsrechten of het milieu. Overigens is het de bedoeling dat belanghebbenden met een klacht zich eerst wenden tot de onderneming zelf en (eventueel) een geschillencommissie.

Tot slot
De Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Bepaalde artikelen treden pas later in werking, met ingang van 1 juli 2023 respectievelijk 1 januari 2024.

De hoofdlijnen van het wetsvoorstel worden handig uiteengezet in deze factsheet. Wilt u meer weten over de Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen? Neem dan contact met ons op!