Beloning topfunctionarissen

15 - 02 - 2011 Wetsvoorstel bezoldiging en afvloeiingsregeling top publieke sector

Op 14 januari 2011 is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat verstrekkende consequenties heeft voor de arbeidsvoorwaarden van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sectoren. Aan de bezoldiging van bestuurders en hoogste leidinggevenden wordt een maximum gesteld. In geval van ontslag worden afvloeiingsregelingen op ingrijpende wijze beperkt. De verwachting is dat dit wetsvoorstel binnen afzienbare tijd zal worden aangenomen, het is van belang nu al te anticiperen op deze naderende wetgeving.
De WNT kent drie beloningsregimes. In het eerste regime mag de bezoldiging van bestuurders en hoogste leidinggevenden niet uitstijgen boven een beloningsmaximum, gebaseerd op 130 procent van het brutosalaris van een minister. Dit komt neer op een bedrag van € 187.340, vermeerderd met componenten voor onkostenvergoeding en het werkgeversdeel van het pensioen. Een nieuw element is de hoogte van de ontslagvergoeding. Deze wordt, overeenkomstig het regeerakkoord, gemaximeerd op € 75.000. Dit beloningsregime geldt voor de publieke sector en voor semipublieke instellingen als het onderwijs, de publieke omroep, drinkwaterbedrijven en woningbouwcorporaties.

In het tweede regime mag de beloning niet uitstijgen boven de voor die sector geldende norm. Deze norm wordt door de betrokken minister vastgesteld. Dit regime geldt bijvoorbeeld voor verzorgingstehuizen en ziekenhuizen. Ook voor deze sector geldt de gemaximeerde ontslagvergoeding van € 75.000.

Het derde regime houdt in dat het kabinet de beloning niet normeert. Dit geldt voor één sector, te weten de zorgverzekeraars.

Voor alle instellingen geldt dat de beloning van bestuurders openbaar wordt gemaakt. Deze verplichting tot openbaarmaking geldt ook voor de beloning van andere werknemers, voor zover deze uitstijgt boven het beloningsmaximum gebaseerd op 130 procent van het brutosalaris van een minister.

Het wetsvoorstel geeft de betrokken minister de bevoegdheid om de wettelijke beloningsafspraken te handhaven. In het uiterste geval kunnen betalingen die op grond van de wet verboden zijn, aan de werknemer worden ontnomen. Uitgangspunt is dat de betrokken minister de topfunctionaris en zijn werkgever, zo nodig met een last onder dwangsom, beweegt om betalingen in strijd met de wet ongedaan te maken. Indien een hogere bezoldiging wordt overeengekomen dan wettelijk toegestaan, geldt van rechtswege het maximaal toegestane bedrag. Een betaling in strijd met de wet geldt als onverschuldigd betaald en als de last door partijen niet wordt uitgevoerd, kan de betrokken minister de onverschuldigde betaling opeisen.

Dit geldt ook voor een afvloeiingsregeling die het bedrag van € 75.000,-- overstijgt. De WNT verbiedt het treffen van alternatieve oplossingen bij ontslag om onder het maximum uit te komen, zoals het in langer in dienst blijven terwijl geen arbeid wordt verricht. Alleen indien bij een rechterlijke uitspraak een hogere afvloeiingsregeling wordt toegewezen wordt deze niet als onverschuldigd betaald aangemerkt.

De accountant wordt de taak toegedeeld om bij de definitieve vaststelling van de jaarrekening na te gaan of in de verslagperiode betalingen in strijd met de wet zijn gedaan. Als dat het geval is, dient de accountant deze als onverschuldigde betalingen te vermelden. Tevens moet de accountant de betalingen melden bij de aangewezen minister, die daarop zal moeten nagaan of handhaving is aangewezen.
Met dit wetsvoorstel wordt de contractsvrijheid tussen topfunctionarissen en de instellingen waarbij zij in dienst zijn ingrijpend beperkt. Bestaande rechtsposities worden beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarom wordt voorgesteld om voor op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet reeds bestaande overeenkomsten een hogere bezoldiging toe te staan dan het wetsvoorstel. Deze mag alleen worden verhoogd als de wijze van verhoging eveneens voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet is overeengekomen. Als een instelling of rechtspersoon later wordt toegevoegd aan één van de bijlagen waarnaar de wet verwijst geldt hetzelfde: bestaande afspraken blijven in stand.

Ook voor de beperking van de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband wordt aangesloten bij het tijdstip waarop deze wet op de betrokken rechtspersoon of instelling van toepassing wordt. Dat is dus ofwel het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, ofwel het tijdstip waarop de betrokken rechtspersoon of instelling is toegevoegd aan de bijlagen behorend bij de wet.

De WNT heeft zeer verstrekkende gevolgen, zal het treffen van afvloeiingsregelingen tussen werkgever en werknemer bemoeilijken en tot toename van inhoudelijke ontbindingsprocedures leiden. Het is voor werkgevers en werknemers in de (semi) publieke sector van belang tijdig op de WNT te anticiperen!

Klik hier om terug te keren naar alle nieuwsberichten.