Arbeidsvoorwaarden en overname

01 - 11 - 2010 Uitbesteed personeel behoudt rechten en verplichtingen bij overname

De Europese Richtlijn 2001/23 bepaalt dat een werknemer bij een overgang van onderneming van rechtswege in dienst treedt bij de verkrijgende onderneming met behoud van al zijn rechten en verplichtingen. Daarbij stelt de Nederlandse wetgeving nog dat een werknemer slechts een beroep op deze beschermingsbepaling kan doen als hij een arbeidsovereenkomst heeft met de overgaande onderneming of een onderdeel daarvan. Dit laatste vereiste stond in de zaak tussen Albron Catering B.V. en de heer Roest ter discussie.

Feiten

Heineken International is een Nederlands concern van bierproducenten. Binnen dit concern is al het personeel in dienst van Heineken Nederland Beheer B.V. (HNB). HNB fungeert daardoor als formele werkgever en detacheert haar personeel bij de afzonderlijke werkmaatschappijen van het Heinekenconcern in Nederland.

Roest was van 17 juli 1985 tot 1 maart 2005 in dienst van HNB in de functie van cateringmedewerker. Hij was door HNB gedetacheerd bij Heineken Nederland B.V.  Op 1 maart 2005 zijn de door Heineken Nederland uitgeoefende cateringactiviteiten overgenomen door Albron. Roest trad daarom - tezamen met andere werknemers - per die datum, tegen slechtere arbeidsvoorwaarden, in dienst bij Albron.

Roest en FNV Bondgenoten stelden dat de overgang van cateringactiviteiten een overgang van onderneming betekende zodat de rechten en verplichtingen van Roest bij HNB door Albron gerespecteerd moesten worden. Albron stelde dat geen sprake was van een overgang van onderneming, omdat de werknemers niet op de loonlijst stonden van de catering BV die zij van Heineken overnam. Met andere woorden: Heineken Nederland was niet de formele werkgever van Roest, waardoor niet voldaan was aan het vereiste dat Roest een arbeidsovereenkomst had met (een onderdeel) van de overdragende onderneming.

Roest en FNV Bondgenoten wendden zich in eerste instantie tot de kantonrechter. Deze stelde hen gedeeltelijk in het gelijk. Albron stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof in Amsterdam, welk hof prejudiciële vragen voorlegde aan het Hof van Justitie EG, te weten: of sprake kan zijn van een overgang van onderneming als de vervreemder niet de formele werkgever van de werknemers is.

Oordeel Hof van Justitie EG

In navolging op de advocaat-generaal heeft het Hof van Justitie EG op 21 oktober 2010 uitgemaakt dat ook bij een permanente detachering sprake kan zijn van een overgang van onderneming als de inlenende partij de activiteiten overdraagt. Het Hof van Justitie EG komt tot deze conclusie door enerzijds te verwijzen naar de Europese Richtlijn 2001/23 waarin gesproken wordt over ‘de arbeidsovereenkomst’ naast ‘de arbeidsbetrekking’ en anderzijds door te verwijzen naar het feit dat Heineken Nederland de hoedanigheid van ‘niet-contractuele werkgever’ heeft verloren, waardoor zij beschouwd kan worden als mede-vervreemder.

De zaak ligt nu bij het Gerechtshof Amsterdam voor het doen van een uitspraak met inachtneming van het oordeel van het Hof van Justitie EG.

Gevolgen voor de praktijk

Veel ondernemingen kennen soortgelijke constructies als door Heineken gehanteerd, zoals bijvoorbeeld de payroll-constructie. Bij deze constructie wordt het werkgeverschap voor uitbestede activiteiten overgenomen door een andere onderneming. Het oordeel van het Hof van Justitie EG zou daarom ook voor de dit soort constructies grote gevolgen kunnen hebben.

Klik hier om terug te keren naar alle nieuwsberichten.