Aanbesteding woningcorporaties
Per 28 juni 2011 is de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting (hierna: “Tijdelijke regeling”) gewijzigd; de verplichting die op grond van de Tijdelijke regeling bestond om maatschappelijk vastgoed met een waarde van meer dan € 4.848 miljoen exclusief omzetbelasting Europees aan te besteden is komen te vervallen. Wel moet een vorm van aanbesteding in acht worden genomen. In ieder geval moeten meerdere offertes worden gevraagd. Vanwege aanscherpend toezicht door de overheid, is een Europese aanbestedingsplicht voor woningcorporaties echter niet definitief afgewend.
Met de Tijdelijke regeling heeft de Nederlandse regering invulling gegeven aan een door haar aan de Europese Commissie gedane toezegging om woningcorporaties te verplichten al hun maatschappelijk vastgoed “aan te laten besteden”. Volgens de toelichting op de Tijdelijke regeling wordt ervan uitgegaan dat dit inhoudt “dat meerdere bouwbedrijven moeten kunnen meedingen bij de aanneming van werken”. De Nederlandse regering had – in haar visie onverplicht – tevens in de Tijdelijke regeling opgenomen dat maatschappelijk vastgoed met een waarde van meer dan
€ 4.848 miljoen exclusief omzetbelasting (zelfs) Europees aanbesteed moest worden. Met het oog op de lasten die een Europese aanbesteding voor de woningcorporaties met zich brengt, is deze Europese aanbestedingsplicht per 28 juni 2011 geschrapt.
De “algemene” verplichting om (niet-Europees) aan te besteden blijft bestaan. Volgens de Nederlandse regering houdt dit in dat woningcorporaties “meer vrijheid krijgen in de keuze van de aanbestedingsvorm (Europees, openbaar of onderhands)”, waarbij wel de verplichting bestaat om bij onderhandse aanbestedingen meerdere offertes op te vragen.
Toch kan niet met zekerheid worden gesteld dat woningcorporaties niet gehouden zijn Europees aan te besteden. Zoals reeds uiteen gezet in onze nieuwsbrief van 11 maart jl. bestaat in de literatuur namelijk nog veel discussie over de vraag of woningcorporaties niet gekwalificeerd moeten worden als een publiekrechtelijke instelling (en daarmee als aanbestedende dienst) in de zin van de (Europese) aanbestedingsregelgeving. Indien dat het geval is, zal nog steeds sprake zijn van een Europese aanbestedingsplicht indien de drempelwaarde wordt overschreden. Het Europese Hof van Justitie is de enige instantie die hierover een doorslaggevende beslissing kan nemen.
Ongeacht de vraag of het Europese Hof van Justitie op enig moment een uitspraak zal doen over de kwalificatie van woningcorporaties als (al dan niet) aanbestedende dienst, is het mogelijk dat toch reeds op korte termijn meer duidelijkheid ontstaat. De vraag of woningcorporaties aangemerkt kunnen worden als een aanbestedende dienst is namelijk – zo wordt algemeen aangenomen – afhankelijk van de vraag of sprake is van overwegende invloed van de overheid op de woningcorporaties. De Nederlandse regering heeft de Europese Commissie toegezegd het toezicht op de woningcorporaties te vergroten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft inmiddels een wetsvoorstel “Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting” naar de Tweede Kamer gezonden om aan dit toezicht vorm te geven. Of dit wetsvoorstel ongewijzigd wet zal worden zullen we moeten afwachten. Als de wet in de huidige vorm wordt aangenomen, dan zal het toezicht door de overheid op woningcorporaties worden versterkt. Een Europese aanbestedingsplicht voor woningcorporaties komt daarmee dichterbij.
Kortom, met het schrappen van de Europese aanbestedingsplicht uit de Tijdelijke Regeling, hoeven woningcorporaties op basis van de Tijdelijke regeling volgens de Minister in ieder geval niet meer Europees aan te besteden. Zij dienen wel altijd meerdere offertes aan te vragen. Het is echter zeker niet uitgesloten dat woningcorporaties alsnog door het Europese Hof van Justitie Europees aanbestedingsplichtig worden geacht.
Klik hier om terug te keren naar alle nieuwsberichten.